Eén keer invoeren.
Overal goed.
Iemand voert dezelfde klant in drie systemen in. Bij een wijziging moet iemand alle plekken langs. En als dat een keer niet gebeurt, werkt iedereen met andere gegevens.
Herken je dit?
Waar het nu wringt.
Collega’s typen gegevens over van het ene pakket naar het andere.
Bij een wijziging weet je niet zeker of alle systemen zijn bijgewerkt.
Elk pakket doet zijn eigen deel goed, maar ze weten niets van elkaar.
Wat er beter kan
Verbinden wat er al is,
in plaats van vervangen.
Vaak hoeft er niets nieuws te komen. We laten de gegevens meegaan met het werk, zodat elke stap weet wat de vorige al wist.
We spreken af welke bron leidend is en maken zichtbaar wanneer een overdracht niet lukt. Zo zie je een fout voordat de klant hem merkt.
Mogelijke toepassingen
Zo kan het eruitzien.
Voorbeelden van wat we kunnen bouwen of verbinden. Wat bij jou past, hangt af van het werk en de mensen die het doen.
Klantgegevens op één plek
Een wijziging één keer doorvoeren en laten doorlopen naar de andere systemen.
Overdracht tussen afdelingen
Een opdracht uit verkoop vanzelf laten aankomen bij planning en administratie.
Een melding bij een fout
Zien wanneer een koppeling niet werkt, en welke gegevens daardoor niet zijn overgekomen.
Al gebouwd
Moet er dan iets nieuws komen?
Het werk liep door een rij losse pakketten die ieder hun deel goed deden en niets van elkaar wisten. Er kwam niets nieuws bij: we verbonden wat er stond, zodat elke stap krijgt wat de vorige al wist.
Jouw situatie
Wat hier werkt, kan
bij jou anders werken.
Vertel hoe het nu bij jou gaat. Dan kijken we samen wat er nodig is, en of een koppeling genoeg is of er iets nieuws moet komen.
Waar KAN. het
bij jou beter?
Beschrijf het in je eigen woorden. KAN geeft je meteen een eerste idee.