Verdieping

System 2 AI.
Eerst nadenken, dan antwoorden.

System 2 AI helpt bij werk waar je niet met één keuze klaar bent. Het zoekt informatie bij elkaar, zet stappen achter elkaar en komt met een voorstel. Een collega beoordeelt dat voorstel voordat het verder gaat.

Wat is het verschil met System 1 AI?

System 1 AI kiest snel uit antwoorden die je vooraf hebt vastgelegd: welke afdeling, welk soort bericht. System 2 AI krijgt een open opdracht. Stel een antwoord op deze klacht op. Zet de afspraken uit dit dossier op een rij. Zoek uit waarom deze factuur afwijkt.

De namen komen uit de psychologie. Systeem 1 is het snelle, intuïtieve denken. Systeem 2 is het langzame, bewuste denken dat je gebruikt voor een lastige som of een afweging.

Hoe werkt het?

Het model verdeelt de opdracht in stappen. Eerst lezen wat er wordt gevraagd. Dan de informatie zoeken die nodig is: het klantdossier, de voorwaarden, eerdere berichten. Daarna een antwoord opbouwen en nagaan of het aansluit op de vraag.

Omdat het model meer doet, duurt het langer en kost het meer dan een snelle indeling. Het levert ook meer op: een concept, een samenvatting of een uitgezochte vraag in plaats van alleen een label.

Waarom blijft een collega nodig?

Een voorstel kan goed klinken en toch niet kloppen. Het model kan iets missen dat niet in de informatie stond, of een afweging maken die niet past bij de afspraken in je bedrijf. Daarom is het resultaat een voorstel, geen besluit.

Hoe meer er van een antwoord afhangt, hoe belangrijker die beoordeling. Een conceptmail aan een klant lees je even na. Een inhoudelijk advies of een medische of juridische afweging blijft bij de collega die daarvoor bevoegd is.

Waar past het?

Een goed begin is werk dat nu veel tijd kost, waarbij een collega het resultaat goed kan beoordelen. Een paar mogelijkheden:

  • Conceptantwoorden. Een antwoord op een klantvraag voorbereiden, met de informatie uit het dossier erbij.
  • Dossiers samenvatten. De afspraken, open punten en eerdere contacten uit een lang dossier op een rij zetten.
  • Afwijkingen uitzoeken. Bij een factuur die niet klopt nagaan waar het verschil vandaan komt.
  • Gesprekken uitwerken. Na een gesprek een verslag en de vervolgafspraken voorstellen.

Dit zijn mogelijke toepassingen, geen gerealiseerde oplossingen. Of het in jouw werk past, hangt af van de informatie die er is en van wat een fout betekent.

Welk werk vraagt bij jou om uitzoeken?

Begin met één taak die steeds terugkomt en veel tijd kost. Leg samen met de mensen die het werk kennen vast wat een goed resultaat is, en vergelijk de voorstellen met hun oordeel. Dan zie je snel wat het oplevert, en waar de grenzen liggen.

Bespreek jouw proces Wanneer kies je wat?

Waar KAN. het
bij jou beter?

Beschrijf het in je eigen woorden. KAN geeft je meteen een eerste idee.

Antwoord in een paar seconden
Liever meteen praten?Ontdek wat beter KAN.